Bodemsaneringkeuring

Iedere werknemer die voor het eerst blootgesteld gaat worden aan verontreinigde grond en/of verontreinigd grondwater, dient vóór aanvang van de werkzaamheden geschikt verklaard te zijn.
Werknemers die de werkzaamheden reeds verrichten moeten periodiek (eenmaal per jaar) in de gelegenheid gesteld worden een keuring te ondergaan.

Werknemers die werkzaamheden gaan verrichten binnen de verontreinigde zone moeten hiervoor geschikt bevonden zijn in een arbeidsgezondheidkundig onderzoek. Dit onderzoek moet direct gerelateerd zijn aan de gezondheidsrisico’s die met het werken in of met verontreinigde (water) bodem samenhangen. Als de werknemer geschikt wordt bevonden, wordt aan hem/haar een geschiktheidsverklaring verstrekt. Deze geschiktheidsverklaring heeft een geldigheidsduur van 1 jaar.

Als werknemers buitenlucht afhankelijke adembescherming moeten dragen, moet het gezondheidskundig onderzoek op deze activiteit zijn aangepast. Voor het dragen van buitenlucht onafhankelijke adembescherming is een specifieke keuring verplicht.

Voor machinisten, chauffeurs en opvarenden die in beginsel niet aan de verontreinigende stoffen worden blootgesteld dankzij aanvullende maatregelen, zoals het werken in een op overdruk gezette cabine, is een keuring volgens kolom A afdoende.

Als er gerede kans bestaat dat bij de luchtkwaliteitsmetingen in het werkgebied de grenswaarden kunnen worden overschreden, waarbij de machinisten, chauffeurs buiten de cabine adembescherming moeten gebruiken, dan moeten deze functiegroepen in beginsel wel een keuring hebben ondergaan volgens kolom A+B. Dit ter beoordeling van de betreffende deskundige.

Bij buitenlucht onafhankelijke ademlucht met of zonder speciale isolerende kledij, waarbij een extra hittebelasting kan optreden, wordt er gekeurd volgens kolom A+B+C.
De conditietest wordt uitgevoerd volgens de keuringseisen repressief brandweerpersoneel.
In geval van onduidelijkheid contact opnemen met de deskundige.

Extra eisen voor veiligheidsklasse 3T
Voor locaties met een veiligheidsklasse 3T moet de HVK en/of AH in overleg met de bedrijfsarts bepalen of aanvullend individueel gerichte begeleiding of gericht onderzoek noodzakelijk is. Dit kan ondermeer betrekking hebben op aangepaste werk- en rusttijden voor werknemers die gebruik (moeten) maken van beschermingsmiddelen, op individuele periodieke gezondheidszorg of op controle via (biologische) monitoring. In het laatste geval moet de frequentie van de (biologische) monitoring door de bedrijfsarts worden vastgesteld.

[bron: CROW Publicatie 132]