Kans op RSI

Uw kans om RSI op te lopen

Van alle beroepsgroepen in Nederland lopen naaisters het grootste risico op de chronische beroepsziekte RSI. Daarna komen metselaars, timmerlieden en andere bouwvakkers.
Van alle werkende Nederlanders heeft bijna eenderde klachten die kunnen uitmonden in RSI, constateert TNO Arbeid in een onderzoek.

RSI staat voor Repetitive Strain Injuries, de verzamelterm voor klachten aan de nek, schouders, armen, ellebogen, polsen, vingers die te maken hebben met het werk. RSI wordt ook wel 'muisarm' genoemd, hoewel er absoluut geen computermuis voor nodig is om de aandoening te krijgen.

Tijdens het onderzoek is aan 10.000 werknemers uit ongeveer 1.000 bedrijven en met 26 verschillende beroepen gevraagd of zij het afgelopen jaar klachten aan die bovenste ledematen hebben gehad. Ruim 30 procent gaf aan van wel. Nek- en schouderklachten werden het vaakst gemeld (respectievelijk door 19,8 en 18,7 procent van de werknemers). Ruim 10 procent van de werknemers rapporteerde pols- of handklachten. Zes procent had last gehad van de ellebogen.
Beroepsgroepen waar het meeste klachten voorkomen zijn naaisters (47 procent), metselaars, timmerlieden en andere bouwvakkers (43 procent) en laders, lossers en inpakkers (42 procent). Op de vierde plaats staan secretaresses en typistes (38 procent).

Het onderzoek is uitgevoerd door TNO Arbeid, in samenwerking met de vakbond FNV en de Belgische vakbond ACV. De uitkomsten sluiten aan bij de resultaten van een onderzoek waarmee de Arbeidsinspectie eerder naar buiten kwam. Dat ging over RSI in relatie tot werken met beeldschermen. Van de bijna 600 ondervraagde personeelsleden bij banken en 1.100 beeldschermwerkers bij architectenbureaus gaf 40 procent aan klachten te hebben die duiden op RSI.

[bron: ANP/Leidsch Dagblad]