Grote autonomie gaat dikwijls gepaard met overwerken

Druk, druk, druk. De 'autonomie paradox': waarom gaat een grote autonomie dikwijls gepaard met overwerken?

Postmoderne organisaties bieden werknemers een hoge autonomie en een uitdagend werkklimaat met veel ruimte voor professionele ontplooiing. Werknemers hebben zeggenschap over de vraag hoe, wanneer en waar ze werken. Er wordt niet gecontroleerd op het aantal gewerkte uren maar op prestatie. De lat ligt hierbij hoog. Dit leidt gemakkelijk tot overbelasting.

In dit literatuuronderzoek staat de vraag centraal welke kenmerken van postmoderne arbeid bijdragen aan een (te) hoge werklast en wat de gevolgen zijn voor de werk-privébalans.

Het kernprobleem blijkt dat werknemers in postmoderne organisaties hun werktijden door uiteenlopende prikkels moeilijk kunnen begrenzen. Bijzonder is dat dit laatste niet alleen voortvloeit uit directe eisen van de werkgever, maar ook uit de manier waarop deze werknemers hun werk willen doen. Ze zoeken uitdagingen en hechten veel waarde aan hun vakinhoudelijke reputatie en professionele beroepscode. Een ambitieuze werkomgeving versterkt de onderlinge competitie. Wat op termijn gaat wringen is dat weinig tijd overblijft voor hun partner of gezin. Zowel vrouwen als mannen hebben hier last van.

Uit de literatuur blijkt dat de nadelige gevolgen voor het privéleven niet voortvloeien uit de grotere flexibiliteit van werken. Zo lang de werkduur gelijk blijft, heeft de mogelijkheid om thuis te werken en de momenten van werken zelf te kiezen overwegend voordelen. Dat de werk-privébalans toch verstoord raakt, komt vooral doordat de grotere autonomie dikwijls gepaard gaat met een ruim aantal overuren. Preventieve interventies moeten daarom met name gericht zijn op het begrenzen van de werkduur. Zowel de werknemers als de organisatie hebben hier een rol in.

Klik hier voor het volledige artikel.

bron: Tijdschrift voor toegepast Arbowetenschap